Standaard pagina

ROM vragenlijsten, OQ voor volwassenen en SDQ voor kinderen

 

De zorgverzekeraars vragen dat de behandeling gemonitord (ROM) wordt door het invullen van een korte vragenlijst aan het begin en einde van de behandeling. Ik zal u deze lijst aan het begin en eind van de behandeling digitaal toesturen en u vragen deze in te vullen.

De OQ en de SDQ zijn vragenlijsten, respectievelijk voor volwasenen en kinderen, om te kijken hoe u zich heeft gevoeld (OQ) of het gedrag van uw kind ervaart (SDQ).

 

De OQ, voor volwassenen

Instructies:

Help ons begrijpen hoe u zich de afgelopen week, tot en met vandaag, hebt gevoeld.

Lees elke vraag goed door en omcirkel het getal dat uw huidige situatie het best beschrijft.

In deze vragenlijst wordt “werk” gedefinieerd als baan, school, huishoudelijk werk, vrijwilligerswerk, enz.

 

De cijfers betekenen:  0 = Nooit;

                                 1 = Zelden;

                                 2 = Soms;

                                 3 = Vaak;

                                 4 = Bijna altijd

 

 

1.      

Ik kan goed met anderen overweg.

0

1

2

3

4

2.      

Ik word gauw moe.

0

1

2

3

4

3.      

Ik ben nergens in geïnteresseerd.

0

1

2

3

4

4.      

Ik sta onder stress op het werk/op school.

0

1

2

3

4

5.      

Ik geef mezelf overal de schuld van.

0

1

2

3

4

6.      

Ik ben geïrriteerd.

0

1

2

3

4

7.      

Ik ben ongelukkig in mijn huwelijk/relatie.

0

1

2

3

4

8.      

Ik denk erover om een einde aan mijn leven te maken.

0

1

2

3

4

9.      

Ik voel me zwak.

0

1

2

3

4

10.   

Ik ben angstig.

0

1

2

3

4

11.   

Na zwaar gedronken te hebben, moet ik de volgende morgen weer drinken om op gang te komen (Als u niet drinkt, "Nooit" omcirkelen).

0

1

2

3

4

12.   

Ik vind bevrediging in mijn school/werk.

0

1

2

3

4

13.   

Ik ben een tevreden mens.

0

1

2

3

4

14.   

Ik werk/studeer te veel.

0

1

2

3

4

15.   

Ik heb het gevoel dat ik waardeloos ben.

0

1

2

3

4

16.   

Ik maak me zorgen over problemen in mijn familie.

0

1

2

3

4

17.   

Ik heb een onbevredigend seksleven.

0

1

2

3

4

18.   

Ik voel me eenzaam.

0

1

2

3

4

19.   

Ik heb vaak ruzie.

0

1

2

3

4

20.   

Ik voel me bemind en welkom.

0

1

2

3

4

21.   

Ik geniet van mijn vrije tijd.

0

1

2

3

4

22.   

Ik vind het moeilijk om me te concentreren.

0

1

2

3

4

23.   

Ik voel me hopeloos over de toekomst.

0

1

2

3

4

24.  .

Ik waardeer mezelf.

0

1

2

3

4

25.   

Er komen verontrustende gedachten in mij op die ik niet kwijt kan raken.

0

1

2

3

4

 


 

26.   

Ik erger me aan mensen die kritiek hebben op mijn drinken (of drugsgebruik) (Indien niet van toepassing, "Nooit" omcirkelen.)

0

1

2

3

4

27.   

Ik heb last van mijn maag.

0

1

2

3

4

28.   

Ik werk/studeer niet zo hard als vroeger.

0

1

2

3

4

29.   

Mijn hart bonst te veel.

0

1

2

3

4

30.   

Ik vind het moeilijk om met vrienden en goede kennissen om te gaan.

0

1

2

3

4

31.   

Ik ben tevreden met mijn leven.

0

1

2

3

4

32.   

Ik heb moeilijkheden op het werk/op school door mijn drinken of drugsgebruik (Indien niet van toepassing, "Nooit" omcirkelen.)

0

1

2

3

4

33.   

Ik heb het gevoel dat er iets ergs gaat gebeuren.

0

1

2

3

4

34.   

Ik heb spierpijn.

0

1

2

3

4

35.   

Ik ben bang voor open ruimten, autorijden, of in de bus, trein enz.rijden.

0

1

2

3

4

36.   

Ik ben nerveus.

0

1

2

3

4

37.   

Ik vind dat de relatie met mijn naasten (bijv. ouders, partner, kinderen, vrienden) goed is.

0

1

2

3

4

38.   

Ik heb het gevoel dat het niet goed gaat met mijn werk/schoolwerk.

0

1

2

3

4

39.   

Ik heb te veel meningsverschillen op het werk/op school.

0

1

2

3

4

40.   

Ik heb het gevoel dat er iets mis is met mijn verstand/geest.

0

1

2

3

4

41. 

Ik kan moeilijk in slaap vallen of doorslapen.

0

1

2

3

4

42.   

Ik voel me neerslachtig.

0

1

2

3

4

43.   

Ik ben tevreden met mijn relaties met anderen.

0

1

2

3

4

44.   

Ik ben zo kwaad op het werk/op school dat ik iets kan doen waarvan ik spijt zou kunnen krijgen.

0

1

2

3

4

45.   

Ik lijd aan hoofdpijn.

0

1

2

3

4

 

 

 

De SDQ, voor kinderen

Sterke Kanten en Moeilijkheden: Vragenlijst voor Ouders van kinderen van 4-16 jaar


Wilt u alstublieft voor iedere vraag een kruisje zetten in het vierkantje voor “Niet waar”, “Een beetje waar” of “Zeker waar”. Het is van belang dat u alle vragen zo goed mogelijk beantwoordt, ook als u niet helemaal zeker bent of als u de vraag raar vindt. Wilt u alstublieft uw antwoorden baseren op het gedrag van het kind de laatste zes maanden.


Naam van het kind .............................................................................................. Jongen / Meisje
Geboortedatum ...........................................................

 

                                                                                                                          niet waar, beetje waar, waar
Houdt rekening met gevoelens van anderen                                                  □               □                    □
Rusteloos, overactief, kan niet lang stilzitten                                                 □               □                    □
Klaagt vaak over hoofdpijn, buikpijn, of misselijkheid                                □               □                    □
Heeft vaak driftbuien of woede-uitbarstingen                                               □               □                    □
Nogal op zichzelf, neigt er toe alleen te spelen                                                □               □                   □
Doorgaans gehoorzaam, doet gewoonlijk wat volwassenen vragen             □                □                   □
Behulpzaam als iemand zich heeft bezeerd, van streek is, zich ziek voelt    □               □                   □
Constant aan het wiebelen of friemelen                                                           □               □                  □
Heeft minstens één goede vriend of vriendin                                                   □               □                  □
Vecht vaak met andere kinderen of pest ze                                                      □               □                  □
Wordt over het algemeen aardig gevonden door andere kinderen                □               □                  □
Gemakkelijk afgeleid, heeft moeite om zich te concentreren                          □              □                  □
Zenuwachtig of zich vastklampend in nieuwe situaties, verlies zelfvertr      □               □                  □
Aardig tegen jongere kinderen                                                                          □                □                 □
Liegt of bedriegt vaak                                                                                         □               □                 □
Wordt getreiterd of gepest door andere kinderen                                            □               □                 □
Biedt vaak vrijwillig hulp aan anderen (ouders, leerkrachten,  kinderen)    □               □                 □
Denkt na voor iets te doen                                                                                   □               □                 □
Pikt dingen thuis, op school of op andere plaatsen                                           □               □                 □
Kan beter opschieten met volwassenen dan met andere kinderen                  □                □                □
Voor heel veel bang, is snel angstig                                                                     □                □                □
Maakt opdrachten af, kan de aandacht goed vasthouden                                □                □                □

Heeft u opmerkingen?


ZOZ: Er staan nog een paar vragen aan de andere kant
Denkt u over het geheel genomen dat uw kind moeilijkheden heeft op één of meer van de volgende gebieden:
emoties, concentratie, gedrag of vermogen om met andere mensen op te schieten?


Nee,   Ja of kleine moeilijkheden

Als u “Ja” heeft geantwoord, wilt u dan alstublieft de volgende vragen over deze moeilijkheden beantwoorden?


• Hoe lang bestaan deze moeilijkheden?
Korter dan een maand
1-5 maanden
Meer dan een jaar


• Maken de moeilijkheden uw kind overstuur of van slag?
Helemaal niet
Een beetje maar
Tamelijk
Heel erg

• Belemmeren de moeilijkheden het dagelijks leven van uw kind op de volgende gebieden?
THUIS
VRIENDSCHAPPEN
LEREN IN DE KLAS
ACTIVITEITEN IN DE VRIJE TIJD


• Belasten de moeilijkheden u of het gezin als geheel?


Handtekening:............................................................................... Datum: ........................................
Moeder/Vader/Anders, nl: