Safaritocht Tunesië in 1980

Chebika ~ Oase

 

 

DRIEDAAGSE SAFARITOCHT PER LANDROVER DOOR ZUIDELIJK TUNESIË.

 

DE ‘SAHARIENNE’.

 

Geschreven door Fernand

 

 

Vrijdag, 25 juli 1980. De eerste dag.

 

Om circa 4.45 uur: vertrek uit Nabeul, onze standplaats, per Ford Transit naar Sousse over een afstand van 96 kilometer.

 

Ans bij een van de landrovers,bij vertrek.

 

 

Om circa 7.30 uur: Vertrek per rode Landrover uit Sousse.

 

Om circa 8.00 uur: Stop te Bourdjine bij het tankstation daar. Alle Landrovers zijn er aanwezig. Onze groep telt 9 voertuigen. Ze zijn allemaal rood van kleur.

 

Om circa 8.30 uur: Na de stop te Bourdjine via de N-1 in zuidelijke richting door de streek die de Sahel genoemd wordt. Kenmerk: een steppeachtige vegetatie, afgewisseld door olijfgaarden. De olijfolie wordt voor een groot deel uitgevoerd.

 

Om circa 9.15 uur: Stop te El-Djem en bezichtiging van het Romeinse amfitheater, dat gebouwd is in de tweede eeuw van onze jaartelling.

 

Bij het amfitheater

 

 

Om circa 9.30 uur: Vertrek uit El-Djem. We gaan via de tweede stad van Tunesië, Sfax, een stad van ongeveer 300.000 inwoners, met o.a. fosfaatverwerkende industrie, naar Maharès. Daar hebben we een korte stop. We rijden nog steeds over de N-1 door de Sahel.

 

Om circa 11.00 uur: Vertek uit Maharès in de richting van Gabès en een bezoek aan de uitgestrekte canon-oase met dadelpalmen te Chenini in de buurt van die stad. We komen daar om 12.45 uur aan. De temperatuur bedraagt 33 graden in de schaduw. De afstand tussen Sousse en Gabès is 265 km. Dichtbij de stad verandert vrij snel het landschap! Het wordt meer en meer stenig met weinig vegetatie en dan doemen plotseling de palmen van de oase op. De oase van Gabès is heel groot, zo groot, dat er  een dozijn dorpjes in verborgen ligt, onderling verbonden door een kronkelige weg. De oase telt ruim 300.000 dadelpalmen en onder die palmen liggen goed geïrrigeerde tuinen. Elk stukje grond is omgeven door heggen van palmtakken om hongerige geiten en kinderen tegen te houden. In de oase bevindt zich ook een Romeinse stuwdam en een waterval. Overigens is het dorpje Chenini ook bekend om de vele handwerkproducten die daar gemaakt worden.

 

Gabès

 

 

Oase Gabès.

 

Om circa 14.00 uur: Vertrek uit de oase Gabès. Via de N-107 rijden we door de steenwoestijn (Hamada) naar Matmata. Dit is een zgn. Troglodietennederzetting. Troglodieten zijn woningen die verticaal naar beneden uitgegraven zijn in de lemige bodem daar. Ze hebben het hele jaar door een constante temperatuur van ongeveer 22 graden, terwijl de buitentemperatuur in de zomer makkelijk tot 45 graden kan oplopen, in de zon nog meer, tot ruim 60 graden.

Aankomst te Matmata om ongeveer 15.30 uur. Daar hebben we een wat langere pauze en een warme maartijd (cous-cous). De buitentemperatuur is op dat moment 48 graden in de schaduw en 65 graden in de brandende zon! Matmata is een complete oven!

Om ongeveer 16.30 uur brengen we een bezoek aan een Troglodietenwoning.

 

Matmata 

 

Matmata ~ daar links onder de palmbomen staan de landrovers.

 

 

Fatima bij haar troglodietenwoning,ze liet zich graag fotograferen.

 

Om circa 1700 uur: Vertrek uit Matmata. We rijden via een zgn. Piste door de stenige woestijnsteppe naar de oase El-Hamma. De afstand tussen Gabès en El-Hamma, via Matmata, bedraagt 93 km.

 

Om circa 17.45 uur: Van El-Hamma naar de oase Kebili, via de N-16. In het zuiden doemen de bergen van de Djebel Tebaga op. De hoogte van deze Bergen bedraagt ongeveer 500 meter boven de vlakte. Djebel betekent berg.

 

Om circa 19.00 uur: Korte stop nabij Kebili, waar we een zonsondergang in de woestijn beleven.

 

Om circa 19.45: Via de oases Kebili en Djemma rijden we naar de oase Douz.

 

Onderweg naar Douz.

 

Deze oase ligt aan de rand van de Grote Oostelijke Erg. Erg betekent zandwoestijn. Onderweg komen we steeds meer zandduinen tegen. Men heeft naast de weg hagen aangelegd om het zand tegen te houden. Die hagen bestaan uit droge rietstengels. Het effect van deze hagen is echter niet zo groot. Hier en daar is de weg reeds half ondergestoven.

 

Om circa 20.00 uur: We komen aan in de oase Douz. De duisternis is dan gevallen. Alle oases hier bestaan uit dadelpalmen. Onder die dadelpalmen wordt vaak groente verbouwd. De dadels zijn rijp eind september of begin oktober.

We overnachten in het Bungalow-Woestijn-Hotel van Douz. De afstand tussen El-Hamma en Douz bedraagt 118 km. en tussen Nabeul en Douz 572 km.

 

 

Zaterdag, 26 juli 1980. De tweede dag

 

Om circa 5.30 uur : We worden gewekt. Lekker vroeg! Ontbijt in het hotel.

 

Aangekleed voor de tocht op de dromedaris.

 

 

Om circa 6.30 uur : We maken een tocht per dromedaris door de oase Douz en vervolgens een eindje de woestijn in naar een ongeveer dertig meter hoge zandduin.

 

Op een dromedaris

 

Daarginds in het midden staat Ans te zwaaien. 

 

 

Fernand

 

Daar hebben we een schitterend uitzicht over de zandduinen van de Grote Oostelijke Erg. Tussen de zandduinen in bevinden zich hier en daar kleine groepjes palmen, waarvan enkele tot de kruin toe zijn ondergestoven. Rond deze tijd is het met 25 graden nog heerlijk koel. De tocht met de dromedaris duurt ruim een uur.

 

Om circa 8.00 uur : Vertrek uit Douz voor een rit door de woestijn en verder langs de oases Sabria, El-Faouar, Touiba en Blidet. Aanvankelijk bestaat het landschap uit een harde zandvlakte met enkele kleinere duinen. Bij een van die duinen wordt een korte stop gemaakt. De landrover wordt half op de helling van een steil duin gereden. Onder aan de voet van het duin is het zand hard en zelfs een klein beetje vochtig. Er komen zelfs enkele schelpen voor. Vroeger is dit gebied blijkbaar een inham van de Middellandse Zee geweest. Na de oase Touiba verandert het landschap. Aan de linker zijde (westelijk) is het nu zeer vlak en af en toe zijn zoutpannen te zien. Het gaat hier om de uitlopers van de Chott-el-Djerid. Aan de rechterzijde is het landschap stenig, met enkele doornachtige struiken en kleinere zandverstuivingen.

Tegen een zandduin op gereden.

 

Om circa 10.30 uur : Korte pauze te Kebili.

 

Om circa 10.45 uur : We rijden van Kebili via Mannsoura en Debabcha naar het grote zoutmeer: de Chott-el-Djerid. Dit zoutmeer heeft een dikke harde zoutlaag van ongeveer 20 tot 30 centimeter. Daaronder bevindt zich sterk zouthoudend water dat niet al te diep is. Het zout is sterk fosfaathoudend. Normaliter is een oversteek per landrover een erg riskante en langdurige zaak, maar sinds een aantal jaren is er door militairen een  piste aangelegd. Zo kan men toch per auto het zoutmeer oversteken. Aan de noordzijde van de Chott-el-Djerid doemen de Bergen van de Djebel Morra op (510 m) en de Djebel-el-Asker. (608 m) Het zoutmeer zelf ligt op ongeveer 11 meter onder de zeespiegel.

 

Ans aan het filmen op het zoutmeer.

 

 

Om circa 12.30 uur : Aankomst in de oase Tozeur met een bezoek aan de woestijndierentuin. Bijzonderheid: een dromedaris die bier drinkt! Vervolgens een warme maaltijd.

Wat het zoutmeer betreft valt er nog het volgende op te merken. Onder de zoutlaag bevindt zich zeer zoutrijk water tot hooguit tachtig meter diep. Op de bodem bevinden zich zout- en sliklagen tot wel honderden meters dik. Na de winterregens in de Bergen voeren Oueds (periodieke rivieren) grote massa’s water aan, waarin fosfaatzouten zijn opgelost. Er vormt zich tussen december en maart een waterlaag van enkele decimeters op het zoutmeer, die in april en mei weer verdampt en een nieuwe dunne zoutlaag achterlaat.

 

Om circa 14.00 uur : We vertrekken uit Tozeur. Na een klein stukje over de N-3 gereden te hebben, gaan we opnieuw via de piste rijden, nu in noordwestelijke richting. We rijden langs de oase El-Hamme-du-Djerid langs de oostzijde van het zoutmeer Chott-el-Rharsa naar de oase Chebika aan de voet van het Atlasgebergte. Dit gebergte is hier niet zo verschrikkelijk hoog. We kijken op de top van de Djebel-el-Negueb (907 m.). Er volgt een kort oponthoud te Chebika. Er bevindt zich hier een fraaie palmoase in een kloof onder het dorpje.

 

Chebika

 

 

Om circa 16.30 uur : Er volgt nu een zeer indrukwekkende tocht van Chebika het Atlasgebergte in. We rijden langs de kloof van de Oued-el-Horchane. In deze kloof stroomt nog een heel klein beetje water. We hebben een fantastisch uitzicht over de woeste en volkomen kale Woestijnatlas, waarvan de toppen tot bijna duizend meter hoogte reiken. Naar het zuiden toe zien we de woestijnvlakte met in de verte de schittering van de zoutmeren Chott-el-Rharsa en Chott-el-Djerid. De Chott-el-Rharsa ligt slechts 27 meter boven zeeniveau.

 

Om circa 17.45 uur : Aankomst te Tamerza.

We bezoeken een waterval (een kleintje maar) van de Oued-el-Horchane. Het water van deze oued is iets zout, in tegenstelling tot het bronwater in Tamerza zelf, dat zoet is.

We overnachten te Tamerza in bamboe - hutten. Dat is lekker primitief. Sommige reisgenoten slapen buiten!

 

Ans bij het hutje waar we hebben overnacht.

 

Rond acht uur in de avond steekt in korte tijd een sterk hete woestijnwind op. De temperatuur stijgt snel van 27 naar 36 graden! Deze woestijnwind noemt men Chamsoen en die kan soms doorwaaien tot ver in Italië. Daar noemt men hem de Scirocco.

De afstand tussen Douz en Tamerza bedraagt 229 kilometer.

 

 

Zondag, 27 juli 1980. Derde dag.

 

Om circa 7.30 uur : We vertrekken uit Tamerza.

 

Om circa 7.45 uur : We hebben een korte stop met uitzicht over het oude Tamerza. Daar wonen nog slechts twee families. De oude nederzetting is geheel vervallen. De lemen onderkomens zijn gedeeltelijk ingestort. De oude nederzetting is vervangen door het nieuwe Tamerza. Deze ligt ongeveer één kilometer zuidelijker, bij de zijweg die naar het bamboe hotel voert.

 

 Ans en Fernand bij Oud Tamerza.

 

Onze groep bij Oud Tamerza.

 

 

Om circa 7.55 uur : Vanuit Tamerza rijden we via de piste over Redeyef en Moularès via de hoogvlakte in de richting van de stad Gafsa.

De weg leidt langs fosfaatmijnen. Het fosfaat wordt in dagbouw gewonnen. De zgn pit heeft een opvallend witte kleur. In noordelijke richting bevindt zich de Djebel-bou-Ramli (1156 m.). Het landschap is nog steeds woestijnachtig. Er groeit nauwelijks iets. Er zijn veel kale rotspartijen, diverse nauwe kloven en veel stenen. Onder die stenen liggen vaak schorpioenen op de loer! Dus pas maar goed op en geen stenen oplichten!

Vervolgens beleven we een spectaculaire afdaling naar de stad Gafsa. Onder in een diepe kloof zien we het uitgebrande karkas van een vrachtwagen.

 

Om circa 10.15 uur : We bezoeken de stad Gafsa. Deze stad ligt aan de voet van de Djebel-Orbata. Gafsa is een bergoase van Numidische oorsprong. De Numidiërs waren een volk uit de klassieke oudheid met een zeer donkere huidskleur. Ze woonden hier voordat de Carthagers en later de Romeinen dit gebied bezetten. De stad telt thans ruim zestigduizend inwoners en is zeer bekend om zijn tapijtweefkunst en de Romeinse baden. Bij de stad ligt ook een regionaal vliegveld. We hebben een warme maaltijd te Gafsa.

 

Om circa 12.30 uur : Bezoek aan een groep nomadische Bedoeïnen in het uitgestrekte steppegebied noordelijk van Gafsa.

 

 

Nomadenfamilie,met daarachter  in het wit Fehri onze reisleider.

 

Om circa 13.00 uur : Vertrek in de richting van de stad Kairouan. Deze stad is één van de vier heilige steden van de islam. Eens was Kairouan de bloeiende hoofdstad van het Aghlabiedenrijk. De stad werd in 671 gesticht op de dorre steppe. De dynastie der Aghlabieden heerste over Tunesië tussen 798 en 909 en bracht het gehele gebied tot grote bloei. Kairouan is nu de heilige stad van de Maghreb (Tunesië, Algerije en Marokko). We hebben onderweg een kort oponthoud te Hadjeb-el-Aioun.

 

Om circa 15.30 uur : We zijn nu in Kairouan aangekomen en kunnen wat in de stad rondwandelen. We zien onder meer de Grote Moskee. Deze lijkt veel op een fort met hoge muren en zware, in het verleden goed verdedigbare poorten. De huidige vorm dateert uit het begin van de negende eeuw.

 

Om circa 16.00 uur : We vertekken uit Kairouan en rijden in de richting van Sousse.

 

Om circa 17.00 uur : Aankomst in Sousse. We stappen over van de rode landrovers naar een luxe touringcar. Wat een verschil!

 

Om circa 17.45 uur : We vertrekken vanuit Sousse naar Nabeul waar we om ongeveer half acht arriveren. De afstand van Tamerza naar Nabeul is 445 kilometer geweest en de totale afstand van de driedaagse tocht 1246 kilometer !

 

 Deze tocht maakten Fernand en ik tijdens onze vakantie in Tunesië ~ juli 1980

 

 

Er volgen eventueel nog meerdere foto's.

 

__________________________________________________________________________